“Er was eens een klein jongetje dat, als zijn ouders vroegen wat hij wilde doen als hij later groot was, onveranderlijk antwoordde: ‘als ik groot ben, dan wil ik… – Oh, nee, die doen we maar niet.”
Ik was eens in een verleden de chaos die ik nochtans mijn boekenkast noem aan het opruimen, toen ik een boekje tegenkwam. Het was een boekje dat nog een verleden eerder samen met een stapel andere boekjes door iemand was achtergelaten. Ze deed er niet zoveel mee. Ze doet er ook niet zoveel toe. Zelf had ik ook een hele tijd niet naar het boekje omgekeken – genoeg andere literatuur die mijn aandacht vroeg. Om nog niet te spreken over muziek, film, school, werk, sociaal leven en meer van dat soort makkelijke uitvluchten. Dit keer mocht het boekje echter excuus zijn; nu kon ik even stoppen met puinruimen.
Het ging om Een fee zoals je ze niet alle dagen tegenkomt, van Roland Topor. Topor was een Franse surrealist die niet alleen verhalen schreef, maar ook tekende en scenario’s voor films neerpende. In Een fee zoals je ze niet alle dagen tegenkomt (Engelse titel: Four Roses for Lucienne) staat een tigtal korte surrealistische verhalen. Bij het lezen daarvan groeide er een deja vu-gevoel, maar helemaal plaatsen kon ik het niet. Het verhaal De klas in de afgrond deed al wel bellen rinkelen, maar pas bij Alibi van een kind wist ik het zeker: Dit is mij voorgelezen. Zeker vier verledens terug. Op de basisschool nota bene.
Basisschool De Tweemaster, het zal groep zes of zeven zijn geweest. Wij zaten allemaal in een kring, meester Groote (de enige leraar die bij zijn achternaam genoemd werd) las voor. Het waren allemaal gekke, korte verhalen. Over een man die ‘s nachts over slapende jongetjes heen plast. Over een vreemde kerstman. Over een schoolbus die in het ravijn stortte en een meester die, om de gewonde koters een beetje af te leiden, maar les ging geven. En we vonden het prachtig. Eén verhaal is me vooral bijgebleven. Omdat ik het nooit helemaal heb mogen horen. Meester Groote las namelijk niet verder dan het stukje dat je bovenaan dit artikel gelezen hebt. Nu had ik het boekje echter zelf en kon het hele verhaal lezen. En wat wilde het jongetje nu eigenlijk? De koningin neuken.
En dat deed ‘ie toen ook maar.