Begrijpen doe ik het al even niet meer. Gedoe. Ook de groene smurf die op m’n rechterknie zit te hupsen kijkt me aan alsof ik compleet het spoor bijster ben. Zucht. Groene smurf? “Zeg, ben jij niet een verschrikkelijke cliché verschijning? Ik zit gewoon een beetje niet te zuipen, met alle gevolgen van dien, en jawel, de enige hallucinatie die zich durft te vertonen is een groene smurf. Ik wist dat het niet leuk ging worden, maar kom op zeg, absintdrinkers krijgen tenminste Kylie Minogue. Ga eens weg, mislukte kabouter”. Ik aarzel even, maar besluit er geen godslasterende taal achteraan te gooien. Omdat Peyó bij mijn weten de Smurfen nooit enige interesse in het Christendom toegedicht heeft, lijkt dat me volstrekt overbodig.
Hoe dan ook, het witgemutste (dat klopt dan weer wel!) ventje is niet onder de indruk. Zijn blik verraadt een mengeling van milde desinteresse en onvervalste hoogmoed. Hij pakt een pijp tevoorschijn en begint die te vullen met tabak. “Moet je eens horen vriend, je zult zelf ook al wel weten dat bij visuele hallucinaties en gehoorshallucinaties dezelfde gebieden in de hersenen actief zijn als bij mensen die gewoon beelden zien of geluiden horen. Bij het zien van beelden is het visuele gebied[2], en bij het horen van stemmen of geluiden het gehoorsgebied in de hersenen actief[3][4]. Dat hallucinaties een gevolg zijn van een tijdelijke overactiviteit of sterke prikkelbaarheid van dezelfde hersengebieden die normaal betrokken zijn bij waarnemen van prikkels uit de omgeving. Dus als jij alleen mij ziet, ligt dat hele-fokking-maal aan jezelf en je matige gevoel voor fantasie. Ik had zelf ook liever iets anders geweest, een eenhoorn op een bromfiets of een mannetje dat eruitziet als een spelletje boter-kaas-en-eieren als ‘ie stilstaat”.
Shit, mijn verbeeldingskracht, versterkt of niet, is bijdehand en verslaafd aan nicotine. “Oke, ten eerste: ik ben net gestopt met roken. Waag het niet om die pijp aan te steken. Ten tweede, ik weet heus wel dat je die shit ook maar van Wikipedia geplukt heb dus doe niet zo wijs met je referenties en je voetnoten, akelige groene laaf. En dan nog iets… Ik weet waar jij vandaan komt en waarom je hier bent. Ik weet dat je verblijf hier van korte duur is, maar ik weet ook hoe ik die nog korter kan maken. Dus als je niet meteen teruggeschopt wil worden naar mijn armzalige voorstellingsvermogen zou ik me maar een beetje koest houden, ettertje, of ik neem een hap valium en ga slapen tot je verdwenen bent”.
Daar had hij niet van terug. We zwegen, de daaropvolgende dagen. Wie ons kon zien trof ons starend in lege theekopjes, oude tijdschriften of de verte. De derde ochtend vertrok hij, toen ik nog sliep, om niet meer terug te komen. Mijn dorst nam hij mee.