We doen er ontzettend lang over, die nieuwe bundel. Proefdruk afgekeurd, bugfixes toepassen, de shit opnieuw inzenden, het kost allemaal wat tijd. Om die te doden plaatsen we het voorwoord alvast online. Hij is er bijna. Heus.
Geachte lezer,
Het schrijven van voorwoorden schijnt helemaal de shit te zijn tegenwoordig, dus wie ben ik om dat fenomeen niet op te pakken en onherstelbaar van zijn pretentie te ontdoen? Is het niet dat alle kunstenaars een experimentele periode hebben, waarin zij een loopje nemen met de conventies en daarmee de critici mooi tuk hebben? Is het niet zo dat eenieder die experimentele fase nodig heeft om daarna bespottelijk veel winst te maken op het daarnavolgende toegankelijke werk? Welnu, onze experimentele fase is afgelopen. Tijd om te cashen! Want wat is nu kunst, wat doet betekenis er toe? Is dat een levensvraag? Een retorische? Zeg maar niets, en adem stilte, adem rust, zen, piep.
Is er een of ander oerbeest, een dier dat symbool staat voor snobisme en ander literelitair gelul? Oh, laat het de puppy zijn; in gedachten en gedichten reeds in grote getale gestorven, op godsgruwelijke wijze, zonder aanwijsbare reden.
En als we dan toch bezig zijn stampen we ook nog even wat duiven kapot… Teringbeesten.
Doch lezer, vergeef mij mijn uiting van ergernis. Ik had eigenlijk een lief kattebelletje willen schrijven over de naderende winter, maar drang is een vreemd fenomeen, waar ook de vrije, tevreden geest soms mee te maken heeft. En als roze apen springen met lange oren uit doosjes als duvels op water, bedenk dan dat geen mens weet waarheen. En mocht ik daarover contempleren dan realiseer ik mij dat de LSD begint te werken. Desalniettemin, we gaan gewoon verder met oreren. Op papier. Rest mij het volgende: denkt u aan de keren dat het beter léék te gaan, de grenslijn, groeipijn, en de clichématige reis die belangrijker is dan de bestemming. Gedenk, bedenk, denk zelf. Herhaal dat, maak het je mantra, voor als je voor de zoveelste maal word gelinkt aan diamanten.
Dan zal de maan glanzend toeknikken en herbouwen alsof de marteling verlicht is met champagne, slechte tv-shows, wachtwoorden en gordijnen en fuckfuckfuckjade LSDWERKTHOOR. Ssssst. Ik hoor iets, maar ik ben er niet, ik ben een achtbaan. Oh hoi heren in de witte jassen zal ik koffie voor jullie zetten de thee is op en de Long Island Ice staat niet koud want we hadden gisteren een feestje, wat, met ‘t busje mee? Ja! Leuk! Hoihoihoi! Tuut-tuut-tuut-piep ik ben er even niet maar als je iets inspreekt bel ik je terug heb nu geen tijd want mijn kamer wordt geïsoleerd of zoiets *piep*
<! — neemt iemand dit even over? –>
Ja, ik fix die shit dan wel weer. Eeuwig hetzelfde gezeik. Altijd als er lettergrepen geteld moeten worden ben ik de sjaak klaas, de Hyves-pagina wordt al maanden volledig door mij gemand en ik lach nog steeds redelijk overtuigend als er een opener/dichter grapje gemaakt wordt, maar als ik vraag of mijn royalties in heroïne, injectienaalden en flessen Jack uitbetaald kunnen worden is dat ineens niet mogelijk. Ben ik dan echt de enige die The Dirt gelezen heeft? En wat zal mij die opiumwet jeuken? Tering. Oh, dit hoort niet bij de bundel trouwens. Knip dit er later maar uit. Wat? Zijn we live? Flikker toch op, echt? Kut. Naja, nu begin ik echt, komt ‘ie:
Ik sta volledig achter het betoog dat mijn vreemde doch zeer gewaardeerde collega zojuist wegens omstandigheden af moest breken. Alles tot “Geachte lezer,” dan. De rest was dikke bullshit, waar ik nog wel een kanttekening bij wil plaatsen. Onze vorige bundel was namelijk al een enorm succes. Hoe maken we die shit nog toegankelijker en die shit ons nog rijker? En hoe literair moeten we dan nog zijn? In ogenschouw nemend dat literair voor 87,5 procent elitair is en de rest ook een letter, is het antwoord kort, maar treffend; Kloteromantiek!
Ah, de liefde. Niets is vaker beschreven, bezongen en verguisd dan het wel en wee in de liefde. Oh, want iedere vrouw is een potentiële Renske, maar laat het goddomme geen Polly worden. Voor- en tegenspoed in de liefde kent iedereen, is universeel, en daarmee ook commercieel uitbuitbaar. Collectief Slachthuis heeft zich daarom voor de tweede maal verenigd, dit keer om met cynisch kennersoog de liefde te beschouwen, becommentariseren en vervloeken. En om te zuipen, je zit er tenslotte toch.
Graag hadden wij ook voor deze uitgave een beroep gedaan op de inleidende kwaliteiten van befaamd publiciste Justine Alsin (Ook bekend als “het blonde beest van Lieshout”, “El Bobstakel” of “die dronken kut met die pruik op”), doch kan zij momenteel haar gedachten er niet geheel bij houden (Raadseltje ten behoeve van het luchtige karakter van deze bundel: Wat is het verschil tussen joden en ADD’ers? ADD’ers kampen met concentratieproblemen.). Wij hopen dat zij daar snel van herstelt en doen ‘t klote-inleiden nu zelf wel dan. Hebben en zijn we al voldoende ingeleid? Bijna. Schatplichtig aan Alsins inleiding van Klotegedichten I dienen wij ook ditmaal af te sluiten met een toe- of onpasselijke haiku, komt ´ie dan:
Mark my words; aldaar
schijnt kermis reeds koud, doch thuis
heerst slechts thermacare.
Alsof ze ‘t zelf geschreven heeft. Raar wijf is het ook eigenlijk.
Collectief Slachthuis
December 2011

Dames en heren, gelukkig nieuwjaar. En gelukkig nieuws ook: we hebben een nieuwe bundel! We zijn in afwachting van de proefdruk, als alles goed gaat gaan we spoedig over op massa-productie, publicatie, marketing, indoctrinatie. R to the espect voor mededichters Dirrik en David, even zwaaien naar gastdichter(es)s(en) Evelien en Emma, en een enthousiast applaus voor jullie, de lezers. Op deze zitten jullie te wachten toch? Laatste voorpublicatie: